Het is goedkoop, het is gemakkelijk, het is slim bedacht en het is ook een beetje gek. Slapen in een capsule. Dit is één van de eerste dingen die ik ga doen wanneer ik in Japan ben.
Na het schoenloos betreden van het capsulehotel – schoenen moet je op veel plekken in Japan uittrekken – en het inchecken, krijg ik een capsule toegewezen. Die is te vinden op een gang vol capsules. Onder heb je een rij capsules, daarboven is nóg een rij capsules. Als ze allemaal bezet zijn en iedereen slaapt, moet het vast zijn alsof je door een soort mensenarchief wandelt als je over de gang loopt.
Op bed liggen yukata (pyjama), handdoeken en slippers die je gratis mag gebruiken, evenals bad- en toiletartikelen waaronder een tandenborstel. Dat bed is vrijwel het enige wat je vindt in zo’n capsule, die ongeveer één meter hoog, één meter breed en twee meter diep is.
Aan alle kanten grenst het bed aan muren. Loze ruimte: 0,0 vierkante meter. Lekker efficiënt ingericht dus. Je kunt nog wel op het bed zitten. En tv kijken; er hangt een beeldbuis in een hoek.
Het is dus klein, maar het is ook weer niet zo klein dat zo’n capsule slechts een enkelbed bevat, zoals in de bovenstaande foto wordt aangegeven (zie hieronder het detail). (Overigens komt bovenstaande foto niet overeen met een capsule, al staat deze foto wel op de site van het capsulehotel waar ik ga slapen.)

“Mijn” capsule, zo weet ik nu ook al, is te vinden op een afdeling waar alleen maar vrouwen slapen. Mannen slapen op een andere etage. Dat schijnt in Japan vrij gebruikelijk te zijn. Heerlijk. Kan ik op m’n gemak naar het sumoworstelen kijken zonder dat er constant mannen door het programma zitten te tateren.
Het schijnt echt ideaal te zijn, zo’n capsule. En mensen slapen er naar verluidt prima. Ik zal ervaren hoe het is; gisteren heb ik “mijn” capsule alvast gereserveerd voor mijn eerste nacht in Japan! In hartje Osaka nog wel, de stad waar in 1979 het állereerste capsulehotel werd geopend (#triviant).
